Posts tonen met het label PPON. Alle posts tonen
Posts tonen met het label PPON. Alle posts tonen

maandag 11 mei 2020

Peil.onderwijs: taal en rekenen 2018-2019

Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2020. - 40 p.
Met lit.opg.
Peil.onderwijs is onderdeel van de stelselmonitoring door de inspectie, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De inspectie zet daarmee de PPON-peilingsonderzoeken voort die tot 2014 werden uitgevoerd door Cito. Jaarlijks wordt de taal- en rekenvaardigheid van Nederlandse kinderen aan het einde van het basisonderwijs in kaart gebracht. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de scores van leerlingen op de eindtoetsen. Vanaf het schooljaar 2015/2016 meten de eindtoetsen de beheersing van de referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen. In het rapport zijn de resultaten voor het schooljaar 2018/2019 te lezen. Uit de peiling kan er geconcludeerd worden dat het Nederlandse onderwijs er goed in slaagt om de ambities te realiseren als het gaat om het taal- en rekenniveau dat leerlingen aan het einde van de basisschool minimaal moeten beheersen (1F, het fundamentele niveau). In 2019 beheerst 98 procent van de leerlingen niveau 1F voor lezen, 97 procent 1F voor taalverzorging en 94 procent 1F voor rekenen. Om goed te kunnen functioneren in de maatschappij, is beheersing van het streefniveau (1S/2F) noodzakelijk. Alleen bij lezen wordt de ambitie van 65% -het gewenste percentage leerlingen dat einde basisonderwijs het streefniveau haalt- gehaald. Toch haalt ook bij lezen bijna een kwart van de leerlingen het streefniveau niet. Bij rekenen haalt zelfs meer dan de helft van de leerlingen het streefniveau niet. Het vraagt dus de nodige inspanningen van het voortgezet onderwijs om de leerlingen na het verlaten van de basisschool alsnog op het algemeen maatschappelijk functioneel niveau te brengen. Het rapport is gebaseerd op de resultaten van 168.506 leerlingen van 6.293 basisscholen die in april 2019 een van de 5 eindtoetsen maakten.
Open Peil.onderwijs: taal en rekenen 2018-2019 

vrijdag 21 september 2018

Basiskwaliteit Nederlands rekenonderwijs is goed

Basisschool ManagementGrootschalige peilingsonderzoeken laten zien dat het niet zo dramatisch is gesteld met de rekenwiskundeprestaties van Nederlandse basisschoolleerlingen, maar dat er wel ruimte is voor verbetering. Ook blijkt dat de mate waarin scholen van elkaar verschillen in effectiviteit van het rekenwiskundeonderwijs beperkt is. Onderzoekers brachten voorts de resultaten in kaart gericht op de vraag welke factoren van het onderwijsleerproces effectief zijn. Factoren die positief samenhangen met de rekenwiskundeprestaties van de leerlingen zijn een rekenbeleid dat leerkrachten stimuleert zich te ontwikkelen en het bieden van de nodige ondersteuning hierbij door bijvoorbeeld een rekencoach of -coördinator.
Artikel van Marian Hickendorff (universitair docent onderwijswetenschappen Universiteit Leiden) in Basisschoolmanagement, nr. 6 (september 2018) ; p. 4-7.
Het artikel is een samenvatting van: Rekenen op de basisschool : review van de samenhang tussen beïnvloedbare factoren in het onderwijsleerproces en de rekenwiskunde prestaties van basisschoollleerlingen,  een uitgebreid rapport dat op verzoek van de Inspectie en NRO is opgesteld in 2017

maandag 23 oktober 2017

Rekenen-wiskunde in het basisonderwijs : domeinbeschrijving ten behoeve van peilingsonderzoek

A. Noteboom
Enschede, SLO, 2017. - 110 p.
Om te weten wat kinderen in Nederland op school leren worden sinds 1987 periodieke peilingsonderzoeken gehouden in het primair onderwijs. De onderzoeken worden gedaan op basis van een zogenaamde domeinbeschrijving. In een domeinbeschrijving wordt beschreven wat de wettelijke eisen zijn voor de inhoud van het specifieke domein en hoe deze inhoudelijke eisen kunnen worden vertaald naar de praktijk van het onderwijs. In het voorjaar van 2019 voert de inspectie de peiling uit naar het aanbod van het reken-wiskundeonderwijs en naar de leerresultaten van leerlingen aan het einde van het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs. Deze domeinbeschrijving vormt daarvoor een basis.
Open de publicatie

woensdag 14 juni 2017

Peil taal en rekenen : 2015-2016

Utrecht : Inspectie van het Onderwijs, 2017. - 38 p.
Peil.onderwijs is onderdeel van de stelselmonitoring door de inspectie, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De inspectie zet daarmee de PPON-peilingsonderzoeken voort die tot 2014 werden uitgevoerd door Cito. Jaarlijks wordt de taal- en rekenvaardigheid van Nederlandse kinderen aan het einde van het basisonderwijs in kaart gebracht. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de scores van leerlingen op de eindtoetsen. Vanaf het schooljaar 2015/2016 meten de eindtoetsen de beheersing van de referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen. In het rapport zijn de resultaten voor het schooljaaar 2015/2016 te lezen. Over het algemeen blijkt het basisonderwijs erin te slagen om leerlingen de minimaal beoogde taal-en rekenvaardigheid bij te brengen. Wel blijft de rekenvaardigheid van leerlingen in groep 8 achter bij hun leesvaardigheid en hun vaardigheid in taalverzorging. Bovendien zijn er grote verschillen in prestaties tussen scholen met een vergelijkbare leerlingpopulatie. Dat blijkt uit de peiling taal en rekenen, een peiling die de Inspectie van het Onderwijs jaarlijkse uitvoert op basis van de resultaten op de eindtoets. Ga naar de pagina met het rapport

maandag 25 april 2016

Taal en rekenen aan het einde van de basisschool

's-Gravenhage : Inspectie van het onderwijs, 2016. - 22 p.
ISBN 9789085033783
Rapportage van de jaarlijkse peiling van de Inspectie van het Onderwijs van de taal- en rekenvaardigheid van Nederlandse leerlingen aan het einde van de basisschool. In 2015 heeft de Inspectie hiervoor gebruikgemaakt van de score van leerlingen op de Centrale Eindtoets. Voor het eerst toont deze toets ook in hoeverre leerlingen de referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen beheersen. Dit katern neemt de referentieniveaus als uitgangspunt.

De belangrijkste conclusies zijn:
• Minstens 90 procent van de basisschoolleerlingen haalt voor zowel lezen, taalverzorging als rekenen referentieniveau 1F. Dat is dus meer dan het geformuleerde ambitieniveau van 85 procent.
• Er zijn (grote) verschillen tussen de drie domeinen in het percentage leerlingen dat niveau 1S/2F haalt. Voor lezen haalt 65 procent van de leerlingen niveau 2F en voor taalverzorging 35 procent. Voor rekenen beheerst 45 procent van de leerlingen het 1S-niveau.
• Het percentage leerlingen dat de referentieniveaus beheerst, verschilt per school. Ook tussen scholen met evenveel gewichtenleerlingen1 zijn de verschillen aanzienlijk.
• Op scholen met weinig gewichtenleerlingen beheersen gemiddeld meer leerlingen de referentieniveaus.
• Er zijn ook scholen met veel gewichtenleerlingen die tot de 10 procent best presterende scholen horen.                              Open de rapportage

maandag 10 november 2014

Balans van het reken-wiskundeonderwijs in het speciaal basisonderwijs 4

Uitkomsten van de vierde peiling in 2013
Judith Hollenberg, Floor Scheltens, Jan van Weerden
Arnhem : Cito, 2014. - 172 p.. - (PPON-reeks ; 58)
Leerlingen in het speciaal basisonderwijs zijn beter gaan rekenen. Dit blijkt uit een peiling naar het reken- en wiskundeniveau in de eindgroep van het speciaal basisonderwijs. Uit deze peiling uit 2013 blijkt dat de prestaties vergeleken met de vorige peiling in 2006 op bijna alle aspecten zijn gestegen. Alleen bij hoofdrekenen zijn de prestaties gelijk gebleven. De gemiddelde leerling aan het eind van het speciaal basisonderwijs rekent op hetzelfde niveau als een leerling aan het eind van groep 5 van de reguliere basisschool. Verder blijkt dat jongens op alle rekenonderdelen gemiddeld vaardiger zijn dan meisjes.  Open publicatie