. - 40 p.Met lit.opg.
Peil.onderwijs is onderdeel van de stelselmonitoring door de inspectie, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De inspectie zet daarmee de PPON-peilingsonderzoeken voort die tot 2014 werden uitgevoerd door Cito. Jaarlijks wordt de taal- en rekenvaardigheid van Nederlandse kinderen aan het einde van het basisonderwijs in kaart gebracht. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de scores van leerlingen op de eindtoetsen. Vanaf het schooljaar 2015/2016 meten de eindtoetsen de beheersing van de referentieniveaus voor lezen, taalverzorging en rekenen. In het rapport zijn de resultaten voor het schooljaar 2018/2019 te lezen. Uit de peiling kan er geconcludeerd worden dat het Nederlandse onderwijs er goed in slaagt om de ambities te realiseren als het gaat om het taal- en rekenniveau dat leerlingen aan het einde van de basisschool minimaal moeten beheersen (1F, het fundamentele niveau). In 2019 beheerst 98 procent van de leerlingen niveau 1F voor lezen, 97 procent 1F voor taalverzorging en 94 procent 1F voor rekenen. Om goed te kunnen functioneren in de maatschappij, is beheersing van het streefniveau (1S/2F) noodzakelijk. Alleen bij lezen wordt de ambitie van 65% -het gewenste percentage leerlingen dat einde basisonderwijs het streefniveau haalt- gehaald. Toch haalt ook bij lezen bijna een kwart van de leerlingen het streefniveau niet. Bij rekenen haalt zelfs meer dan de helft van de leerlingen het streefniveau niet. Het vraagt dus de nodige inspanningen van het voortgezet onderwijs om de leerlingen na het verlaten van de basisschool alsnog op het algemeen maatschappelijk functioneel niveau te brengen. Het rapport is gebaseerd op de resultaten van 168.506 leerlingen van 6.293 basisscholen die in april 2019 een van de 5 eindtoetsen maakten.
Open Peil.onderwijs: taal en rekenen 2018-2019


