
Vera Westra
In:
JSW (Jeugd in school en wereld). -
Jrg. 104 (2019-2020), nr. 9 (mei 2020) ; p. 13-15
In de afgelopen vijftien jaar is het aandeel hoogpresterende leerlingen op het gebied van rekenen en wiskunde kleiner geworden. Hoe kan deze dalende trenddoorbroken worden? Welke aanpassingen in het reken- en wiskundeonderwijs zijn daarvoor nodig?
De Inspectie van het Onderwijs heeft in 2018 onderzoek gedaan naar het reken- en wiskundeonderwijs aan hoogpresterende kinderen. Het doel was om te onderzoeken welke kenmerken succesvol zijn en op basis daarvan waardevolle aanbevelingen te kunnen geven aan het onderwijsveld.
Op basis van literatuur, gesprekken met deskundigen en eerdere inspectie-onderzoeken zijn kenmerken of beïnvloedbare factoren geïdentificeerd, die samenhangen met de prestaties van leerlingen en die belangrijk (kunnen) zijn voor effectief reken- en wiskundeonderwijs aan hoogpresteerders. Die kenmerken zijn geclusterd en in vier niveaus verdeeld: de leerkracht, de les, de school en de leerling. Inspecteurs van de inspectie hebben deze gegevens verzameld tijdens schoolbezoeken door middel van lesobservaties, vragenlijsten en gesprekken met leerkrachten, intern begeleiders, geselecteerde (potentieel) hoogpresterende leerlingen en de directies van de scholen. Aan dit onderzoek hebben 197 basisscholen meegedaan, vijf scholen voor speciaal onderwijs, tien havo- en acht vwo-afdelingen.
Het doel van het onderzoek was onder andere om conclusies te trekken over de effectiviteit van de hiervoor benoemde kenmerken door specifiek te kijken naar de scholen met meer hoogpresteerders op het gebied van rekenen en wiskunde en de kenmerken die zij vooral inzetten. Op basis daarvan zouden betere aanbevelingen kunnen worden gegeven over de aanpassingen en verbeteringen die raadzaam zijn in het onderwijs aan hoogpresterende leerlingen.
In dit artikel worden tips gegeven voor de eigen praktijk. Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen uit het eerder genoemde onderzoek.