Kanttekeningen bij de 4 pijlers van het realistische rekenonderwijs en pleidooi om niet gebruik te maken van ingewikkelde contexten.
Artikel van van Marcel Schmeier in Zorg primair. - nr. 8 (2020) ; p. 4-7
Open Wat is er mis met ons rekenonderwijs
maandag 26 oktober 2020
Wat is er mis met ons rekenonderwijs : eerst leren rekenen en dan pas de verhaaltjes
dinsdag 6 oktober 2020
Utrechtse Getalbegrip Toets 3
Johannes E.H. van Luit, B.A.M. van de Rijt
Doetinchem : Graviant, 2020
ISBN 9789492593481
Koffer met: handleiding, geïllustreerde gekleurde toetskaarten en werkbladen, normtabellen, schalen voor getalbegrip, scoringssleutel, scoringsformulier, doosje met materiaal.
Toetsen bij kleuters doen we niet meer standaard. Toch is er soms twijfel bij leerlingen in groep 1 of 2 over hun voorbereidende rekenvaardigheid. Dan is de UGT-3 een mogelijkheid om individueel in een half uur het niveau van getalbegrip te meten. De toets is ontwikkeld voor kinderen in groep 1 en 2 van het basisonderwijs, en kan ook bij achterblijvende rekenvaardigheid in groep 3 of het speciaal basisonderwijs gebruikt worden. De toets is methode-onafhankelijk en meet alle aspecten van voorbereidende rekenvaardigheid die nodig zijn voor een goede rekenstart in groep 3. In de handleiding van de toets zijn twee soorten normtabellen opgenomen: tabellen met de normen voor twaalf leeftijdsgroepen en tabellen met normen voor drie leerjaargroepen. Middels beide soorten normtabellen heeft de toetsgebruiker diverse differentiatiemogelijkheden bij het beoordelen van de (voorbereidende) rekenvaardigheid van een individuele leerling. De UGT-3 wordt individueel afgenomen. Met behulp van de UGT-3 kan worden nagegaan in welke mate een kind of een groepje kinderen een voldoende niveau van voorbereidende rekenvaardigheid heeft. Door de prestatie van een kind te vergelijken met die van kinderen in een normgroep kan het niveau van beheersing van voorbereidende rekenvaardigheid vastgesteld worden. Naast de bepaling van het niveau kan ook worden nagegaan of de kinderen vooruitgang vertonen onder invloed van een rekenhulpprogramma en/of aangepaste instructie. De toets bestaat uit tien onderdelen en in totaal 50 vragen (vijf vragen per onderdeel):
Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve of kwantitatieve kenmerken. In dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen de begrippen beheersen die in vergelijkingen, ook binnen het rekenonderwijs, veel voorkomen. Het gaat om begrippen zoals: het meeste, het minste, hoger en lager. Hoeveelheden koppelen: het groeperen van objecten in een klasse of subklasse aan de hand van bepaalde criteria. Met de classificatietaak wordt nagegaan of kinderen op basis van overeenkomsten of verschillen onderscheid kunnen maken tussen voorwerpen en deze kunnen groeperen.
Correspondentie: het vergelijken van hoeveelheden door het toepassen van de één-één-relatie. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen een één-één-relatie kunnen leggen tussen verschillende gegevens. Bijvoorbeeld: Trek eens lijntjes van de kaarsen naar de kandelaar waar de kaarsen inpassen (er zijn verschillende kandelaars waarin een verschillend aantal kaarsen passen). Tevens wordt nagegaan of kinderen begrijpen dat drie bussen qua hoeveelheid evenveel is als drie stippen op een dobbelsteen.
Ordenen: Het rangordenen van objecten aan de hand van bepaalde criteria. In dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen in staat zijn te herkennen of voorwerpen of getallen al dan niet in een goede rangorde staan. In de opgaven wordt gewerkt met termen zoals: van hoog naar laag, van meer naar minder, van dun naar dik, van smal naar breed. Daarnaast moeten kinderen in dit onderdeel zelf een serie maken door middel van het trekken van lijnen (streepjes) van bijvoorbeeld een grote hond naar een groot bot en van een kleine hond naar een klein bot.
Telwoorden gebruiken: Het vooruit tellen, terugtellen en verder tellen evenals het gebruiken van het kardinale en ordinale getal. Met de opgaven in dit onderdeel wordt het akoestisch tellen onderzocht en daarnaast wordt nagegaan of kinderen gebruik weten te maken van kardinale en ordinale getallen tot twintig.
Synchroon en verkort tellen: Het synchroon tellen en het verkort tellen vanuit de dobbelsteenstructuur. In dit onderdeel wordt met gebruikmaking van materiaal (o.a. blokjes) nagegaan of kinderen het synchroon tellen van hoeveelheden beheersen. De kinderen mogen bij dit onderdeel tijdens het tellen van het materiaal met hun vinger aanwijzen. Daarnaast wordt met dit onderdeel nagegaan of bepaalde dobbelsteenstructuren direct herkend worden.
Resultatief tellen: Het tellen van gestructureerde en ongestructureerde hoeveelheden evenals het tellen van bedekte hoeveelheden. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen de totale hoeveelheid kunnen bepalen van zowel gestructureerde als ongestructureerde verzamelingen, waarbij ze tijdens het tellen hun vingers niet mogen gebruiken om de voorwerpen in de verzameling aan te wijzen.
Toepassen van kennis van getallen: Het kunnen toepassen van de kennis van het getallensysteem in eenvoudige probleemsituaties. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen getallen onder de twintig in eenvoudige alledaagse probleemsituaties kunnen gebruiken.
Schatten: Op getallenlijnen die lopen van 0 tot 10, 0 tot 20 en 0 tot 100 met redelijke nauwkeurigheid de positie van getallen kunnen bepalen. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen betekenis kunnen geven aan de grootte van getallen op een getallenlijn.
Meten: Met dit onderdeel wordt nagegaan in hoeverre kinderen eenvoudige meetkundige taakjes, zoals figuren herkennen, en tijd- en positiebegrip, beheersen.
Niet aanwezig in kenniscentrum. Het toetspakket kost € 125,--
Doetinchem : Graviant, 2020
ISBN 9789492593481
Koffer met: handleiding, geïllustreerde gekleurde toetskaarten en werkbladen, normtabellen, schalen voor getalbegrip, scoringssleutel, scoringsformulier, doosje met materiaal.
Toetsen bij kleuters doen we niet meer standaard. Toch is er soms twijfel bij leerlingen in groep 1 of 2 over hun voorbereidende rekenvaardigheid. Dan is de UGT-3 een mogelijkheid om individueel in een half uur het niveau van getalbegrip te meten. De toets is ontwikkeld voor kinderen in groep 1 en 2 van het basisonderwijs, en kan ook bij achterblijvende rekenvaardigheid in groep 3 of het speciaal basisonderwijs gebruikt worden. De toets is methode-onafhankelijk en meet alle aspecten van voorbereidende rekenvaardigheid die nodig zijn voor een goede rekenstart in groep 3. In de handleiding van de toets zijn twee soorten normtabellen opgenomen: tabellen met de normen voor twaalf leeftijdsgroepen en tabellen met normen voor drie leerjaargroepen. Middels beide soorten normtabellen heeft de toetsgebruiker diverse differentiatiemogelijkheden bij het beoordelen van de (voorbereidende) rekenvaardigheid van een individuele leerling. De UGT-3 wordt individueel afgenomen. Met behulp van de UGT-3 kan worden nagegaan in welke mate een kind of een groepje kinderen een voldoende niveau van voorbereidende rekenvaardigheid heeft. Door de prestatie van een kind te vergelijken met die van kinderen in een normgroep kan het niveau van beheersing van voorbereidende rekenvaardigheid vastgesteld worden. Naast de bepaling van het niveau kan ook worden nagegaan of de kinderen vooruitgang vertonen onder invloed van een rekenhulpprogramma en/of aangepaste instructie. De toets bestaat uit tien onderdelen en in totaal 50 vragen (vijf vragen per onderdeel):
Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve of kwantitatieve kenmerken. In dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen de begrippen beheersen die in vergelijkingen, ook binnen het rekenonderwijs, veel voorkomen. Het gaat om begrippen zoals: het meeste, het minste, hoger en lager. Hoeveelheden koppelen: het groeperen van objecten in een klasse of subklasse aan de hand van bepaalde criteria. Met de classificatietaak wordt nagegaan of kinderen op basis van overeenkomsten of verschillen onderscheid kunnen maken tussen voorwerpen en deze kunnen groeperen.
Correspondentie: het vergelijken van hoeveelheden door het toepassen van de één-één-relatie. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen een één-één-relatie kunnen leggen tussen verschillende gegevens. Bijvoorbeeld: Trek eens lijntjes van de kaarsen naar de kandelaar waar de kaarsen inpassen (er zijn verschillende kandelaars waarin een verschillend aantal kaarsen passen). Tevens wordt nagegaan of kinderen begrijpen dat drie bussen qua hoeveelheid evenveel is als drie stippen op een dobbelsteen.
Ordenen: Het rangordenen van objecten aan de hand van bepaalde criteria. In dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen in staat zijn te herkennen of voorwerpen of getallen al dan niet in een goede rangorde staan. In de opgaven wordt gewerkt met termen zoals: van hoog naar laag, van meer naar minder, van dun naar dik, van smal naar breed. Daarnaast moeten kinderen in dit onderdeel zelf een serie maken door middel van het trekken van lijnen (streepjes) van bijvoorbeeld een grote hond naar een groot bot en van een kleine hond naar een klein bot.
Telwoorden gebruiken: Het vooruit tellen, terugtellen en verder tellen evenals het gebruiken van het kardinale en ordinale getal. Met de opgaven in dit onderdeel wordt het akoestisch tellen onderzocht en daarnaast wordt nagegaan of kinderen gebruik weten te maken van kardinale en ordinale getallen tot twintig.
Synchroon en verkort tellen: Het synchroon tellen en het verkort tellen vanuit de dobbelsteenstructuur. In dit onderdeel wordt met gebruikmaking van materiaal (o.a. blokjes) nagegaan of kinderen het synchroon tellen van hoeveelheden beheersen. De kinderen mogen bij dit onderdeel tijdens het tellen van het materiaal met hun vinger aanwijzen. Daarnaast wordt met dit onderdeel nagegaan of bepaalde dobbelsteenstructuren direct herkend worden.
Resultatief tellen: Het tellen van gestructureerde en ongestructureerde hoeveelheden evenals het tellen van bedekte hoeveelheden. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen de totale hoeveelheid kunnen bepalen van zowel gestructureerde als ongestructureerde verzamelingen, waarbij ze tijdens het tellen hun vingers niet mogen gebruiken om de voorwerpen in de verzameling aan te wijzen.
Toepassen van kennis van getallen: Het kunnen toepassen van de kennis van het getallensysteem in eenvoudige probleemsituaties. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen getallen onder de twintig in eenvoudige alledaagse probleemsituaties kunnen gebruiken.
Schatten: Op getallenlijnen die lopen van 0 tot 10, 0 tot 20 en 0 tot 100 met redelijke nauwkeurigheid de positie van getallen kunnen bepalen. Met dit onderdeel wordt nagegaan of kinderen betekenis kunnen geven aan de grootte van getallen op een getallenlijn.
Meten: Met dit onderdeel wordt nagegaan in hoeverre kinderen eenvoudige meetkundige taakjes, zoals figuren herkennen, en tijd- en positiebegrip, beheersen.
Niet aanwezig in kenniscentrum. Het toetspakket kost € 125,--
Abonneren op:
Posts (Atom)
